Accreditatierapport en -besluit met een positieve beoordeling van de accreditatieaanvraag voor de opleiding Bachelor of Science in de tandheelkunde (academisch gerichte bachelor) van de Katholieke Universiteit Leuven



Dovnload 71.29 Kb.
Datum07.11.2017
Grootte71.29 Kb.

Pagina van






Accreditatierapport en -besluit met een positieve beoordeling van de accreditatieaanvraag voor de opleiding Bachelor of Science in de tandheelkunde (academisch gerichte bachelor) van de Katholieke Universiteit Leuven



  1. Inleiding

Bij brief van 19 juli 2011 heeft het instellingsbestuur van de Katholieke Universiteit Leuven te Leuven een accreditatieaanvraag ingediend bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) voor de opleiding Bachelor of Science in de tandheelkunde (academisch gerichte bachelor). Deze aanvraag is ontvangen op 25 juli 2011 en ontvankelijk verklaard op 24 november 2011.
De accreditatieaanvraag steunt op het visitatierapport van een externe beoordeling uitgevoerd door een visitatiecommissie ingesteld door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).
De visitatiecommissie kende de volgende samenstelling:

Voorzitter:



  • Prof. dr. Alphons Plasschaert, emeritus hoogleraar Restauratieve Tandheelkunde,

Radboud Universiteit Nijmegen, voorzitter visitatiecommissie Tandheelkunde 2002;
Leden:

lid visitatiecommissie Tandheelkunde 2002;

  • dhr. Hugo Deleye, (zelfstandig) tandarts, Antwerpen, lid visitatiecommissie

Tandheelkunde 1993;

  • Prof. dr. Elke Struyf, hoofddocent, Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen,

onderzoeksgroep ‘Research in education and professional development’,

Universiteit Antwerpen (onderwijsdeskundige);



  • dhr. Faris Younes, tweedejaarsstudent Master Tandheelkunde, Universiteit Gent (student-lid).

Secretaris:



  • dhr. Patrick Van den Bosch, stafmedewerker van de Cel Kwaliteitszorg van de Vlaamse

Interuniversitaire Raad (VLIR).

  • mevr. Ilse De Vooght, stafmedewerker van de Cel Kwaliteitszorg van de Vlaamse

Interuniversitaire Raad (VLIR).
De visitatie heeft plaatsgevonden van 28 november 2010 tot en met 3 december 2010. Het visitatierapport dateert van juli 2011.

  1. Formele overwegingen

De NVAO komt tot de volgende vaststellingen:

  • De externe beoordeling is opgesteld en onderbouwd overeenkomstig het toepasselijke Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen van de NVAO en volgens de daarbij behorende beslisregels;

  • De visitatiecommissie heeft voor de externe beoordeling het door de VLIIR vastgestelde visitatieprotocol gevolgd;

  • De externe beoordeling verschaft inzicht in de samenstelling van de visitatiecommissie;

  • De externe beoordeling bevat een onderzoek ten gronde naar de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen

De NVAO is in het licht van het vorenstaande tot de slotsom gekomen dat de externe beoordeling over de voorliggende opleiding regelmatig en gedegen tot stand is gekomen.





  1. Inhoudelijke overwegingen

De NVAO steunt haar inhoudelijke besluitvorming in hoofdzaak op de onderstaande elementen uit het visitatierapport.

Doelstellingen

De commissie meent dat de doelstellingen van de opleiding zorgvuldig zijn uitgewerkt. De doelen stroken met de eisen die in het Structuurdecreet (art. 58) zijn bepaald. Er zijn algemene, algemeen-wetenschappelijke en wetenschappelijk-disciplinaire competenties gedefinieerd. Aan de competenties zijn vervolgens eindtermen gekoppeld die per niveau zijn uitgewerkt. De eindtermen stroken volgens de commissie met het niveau, respectievelijk bachelor- of master-, waaronder ze ressorteren. Op bachelorniveau gaan ze onder meer over het opbouwen van beperkte tandheelkundige en basis medische kennis, inzicht en vaardigheden. Van een afgestudeerde bachelorstudent wordt verwacht dat hij eenvoudige medische interacties met tandheelkundige behandelingen kan analyseren.


De commissie meent dat de geformuleerde doelen/competenties/eindtermen de internationale vakwetenschappelijke toets goed kunnen doorstaan, met inbegrip van de toets aan haar referentiekader. De eisen gesteld in de Europese Richtlijn 2005/36/EG maken deel uit van dit referentiekader. De commissie vindt dat de opleidingen hun profiel helder gedefinieerd hebben.
Programma

Het programma is een adequate vertaling van de doelstellingen van de opleiding zowel qua niveau als domeinspecifieke gerichtheid. De inhoud biedt de studenten zeer zeker de mogelijkheid om de beoogde kwalificaties te bereiken. Het bachelorprogramma oogt traditioneel met een goede wetenschappelijke vorming in de eerste twee jaren. De basiswetenschappelijke vorming wordt gevolgd door de biomedische vorming, die weer de basis vormt voor de algemeen medische en tandheelkundige opleidingsonderdelen. Die tandheelkundige vorming start theoretisch en preklinisch in het eerste jaar. De praktische vaardigheidstraining (prekliniek) is goed uitgebouwd. De opbouw van de klinische vaardigheden komt wat te traag op gang: in de eerste twee jaar komt het ontwikkelen ervan amper aan bod. De commissie is er voorstander van om de kliniek naar voren te brengen in het programma. Daarnaast beveelt ze de opleidingsverantwoordelijken aan om in de klinische vaardigheidstraining de kijkstages en de assistentie te reduceren ten voordele van de actieve participatie.


De studenten met wie de commissie sprak, toonden zich erg tevreden over het programma. Het biedt een goede wetenschappelijke vorming. Als knelpunt haalden ze aan dat er te veel studenten zijn om de plaatsen in de (pre)kliniek goed te kunnen verdelen. In het tweede jaar mocht de prekliniek uitgebreid worden en de klinische training zou actiever mogen ingevuld worden. Ook zouden de lesgevers in de basiswetenschappen (scheikunde, fysica en biologie) hun colleges meer mogen spekken met voorbeelden uit de tandheelkunde.


De commissie is van mening dat de academische gerichtheid van de opleiding sterk is. De kennisontwikkeling is grondig en duidelijk onderzoeksgerelateerd. Het bachelorprogramma besteedt veel aandacht aan de basiswetenschappelijke fundering van het tandheelkundig handelen. De studenten worden in de programma’s voorbereid op hun latere beroepspraktijk, via de interne en externe klinische stages en de aandacht voor sociale en communicatievaardigheden in diverse opleidingsonderdelen. Er zou een samenwerking met tandartsassistenten mogen opgezet worden zodat het concept van ‘four handed dentistry’, dat nu onder de tandartsstudenten wordt ingeoefend, zijn vertaling krijgt naar een reële werksituatie met tandartsassistenten.
De opleidingen werken met duidelijke inhoudelijke lijnen. Naarmate de student vordert in de opleidingen stijgt de complexiteit, de integratie tussen de lijnen en tussen het theoretisch en het praktisch onderwijs. Theorie en (pre)kliniek zijn sterk verweven, de verticale lijn is goed uitgezet en overlap wordt zorgvuldig geremedieerd.
De opleiding voldoet aan de formele eisen met betrekking tot de studieomvang: de driejarige bacheloropleiding omvat 180 studiepunten.
De permanente onderwijscommissie (POC) bewaakt de begrote en reële studietijd en vraagt studietijdmetingen aan. De meest recente studietijdmeting voor de opleidingen tandarts werd uitgevoerd in het academiejaar 2008–2009. De studietijdmetingen en -enquêtes leidden tot een curriculumhervorming, waarbij opleidingsonderdelen met elkaar werden gelinkt om overlap te reduceren. De commissie meent dat de begroting van de studietijd van de opleidingsonderdelen vanuit studentenperspectief moet worden opgezet. Nu klopt het aantal studiepunten dat aan de opleidingsonderdelen wordt toegekend vanuit studentenperspectief niet altijd. Los van deze discussie acht de commissie de studielast van de opleiding in orde en meent ze dat de studietijd aansluit bij de norm van 60 studiepunten per jaar. De studenten met wie de commissie sprak, gaven aan dat het programma zwaar maar studeerbaar is.
De gebruikte werkvormen sluiten aan bij de doelen van de opleidingsonderdelen. De onderwijsvormen ogen traditioneel, met in het begin veel klassieke hoorcolleges en de daaraan gekoppelde werkzittingen/practica. Er zijn in de opleiding ook mooie voorbeelden te vinden van een vernieuwende onderwijsdidactiek. De commissie meent evenwel dat de onderwijsvernieuwing nog te veel docentafhankelijk is. Ze beveelt de opleidingsverantwoordelijken aan om een onderwijskundig concept op programmaniveau uit te stippelen en dit vervolgens uit te werken op opleidingsonderdelenniveau. Het viel de commissie op dat er weinig basishandboeken worden gebruikt.
De evaluaties zijn gericht op de leerdoelen van het programma, stelde de commissie vast op basis van een analyse van de examenvragen. De theoretische examens bestrijken de volledige leerstof en peilen zowel naar kennis als inzicht. Ook de toetsing van de (pre)klinische lijn is degelijk uitgewerkt. De criteria en wijze van beoordeling zijn helder en

bestrijken de beoogde vaardigheden. Het (pre)klinische leerproces wordt via tussentijdse feedback en tentamens zorgvuldig opgevolgd. De quotering van de evaluaties is in orde.


De toelatingsvoorwaarden voor een bachelor in de tandheelkunde zijn de generieke criteria die in het Vlaamse hoger onderwijs worden toegepast voor alle opleidingen. Daarnaast geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een toelatingsexamen. De commissie is bezorgd over de lage instroom in de Vlaamse opleidingen Tandheelkunde. De commissie meent dat het wervingsbeleid voor de opleidingen tandheelkunde intenser moet worden gevoerd en dit met hulp van de beroepsverenigingen.

Alle opleidingsprogramma’s kunnen in een standaardtraject deeltijds worden gevolgd. Daarnaast zijn er voor de studenten vlotte overstapmogelijkheden tussen de opleidingen geneeskunde, tandheelkunde en biomedische wetenschappen. Het eerste jaar biomedische wetenschappen blijkt een beetje een ‘wachtjaar’ te zijn voor zij die niet slaagden in het toelatingsexamen. Na geslaagd te zijn in het toelatingsexamen kunnen de eerstejaars in de biomedische wetenschappen instromen in het eerste of tweede jaar Tandheelkunde met een aangepast studieprogramma.


De commissie oordeelt dat het bachelorprogramma qua vorm en inhoud goed aansluit bij de kwalificaties van de instromende studenten. Het toelatingsexamen zorgt ervoor dat de instromende studenten goed gekwalificeerd zijn om de bacheloropleiding aan te vatten.
Inzet van personeel

De commissie meent dat de vakinhoudelijke deskundigheid van het academisch personeel goed tot excellent is en de inzet voor het onderwijs groot. De studenten toonden zich ook tevreden over de didactische kwaliteiten van het academisch personeel. Alle nieuwe docenten Tandheelkunde volgen de training die DUO biedt voor beginnende docenten. Verdere onderwijskundige professionalisering gebeurt op vrijwillige basis. De commissie is van oordeel dat de Leuvense tandheelkundeopleidingen een gemeenschappelijk beleid hierover moeten ontwikkelen en dit in functie van het ontwikkelen van een onderwijskundige visie op opleidingsniveau. De commissie meent dat het personeel organisatorisch, administratief en technisch voldoende omkaderd is door de universiteit en het ziekenhuis.


De kwaliteit van het onderzoek dat binnen het departement Tandheelkunde wordt verricht is goed, tot zelfs excellent, meent de commissie. Op diverse tandheelkundige gebieden is er een grote expertise uitgebouwd die ook haar weerslag vindt in het onderwijs. De professionele gerichtheid van de staf is zeer goed. Er is een grote klinische expertise aanwezig. De inschakeling van tandartsen met een privépraktijk als praktijkassistenten zorgt ervoor dat de studenten een goede kijk krijgen op reële situaties in hun latere beroepspraktijk.
In 2009 bedroeg de docent-student ratio voor de bacheloropleiding 52 ZAP/181 studenten. De commissie is van mening dat de opleidingen voldoende omkaderd zijn maar wil toch waarschuwen voor de hoge taakbelasting van het ZAP, dat niet alleen aan onderwijs en onderzoek doet maar ook nog een klinische opdracht heeft. Deze situatie hypothekeert op termijn het aanvragen van projecten en beurzen en het exploreren van nieuwe onderzoeksthema’s. De commissie wil de faculteit erop wijzen dat de opleidingen Tandheelkunde een zeer intensieve begeleiding van de studenten vergen door het academisch personeel.
Voorzieningen

Het onderwijs voor de opleidingen Tandheelkunde is grotendeels geconcentreerd in het U.Z. Sint-Rafaël (waar het departement Tandheelkunde en de kliniek Tandheelkunde gehuisvest zijn), U.Z.Gasthuisberg en de Campus Wetenschappen. Ten behoeve van het kleinschalig onderwijs was ten tijde van de visitatie een Studielandschap Tandheelkunde in de maak in de kelderverdieping van het U.Z. Sint-Rafaël. Het preklinisch onderwijs wordt aangeboden in het Centrum voor Zelfstudie en Vaardigheidstraining. Voor het klinisch onderwijs, onder de vorm van studentenklinieken en stages, zijn verschillende behandelzalen beschikbaar. De concentratie van het medisch onderwijs op één campus is een van de betrachtingen van de

universiteit. Dit impliceert een verhuis van de opleidingen Tandheelkunde naar de campus Gasthuisberg. Een verhuis die echter nog niet op korte termijn gepland is. De commissie stelde ter plekke vast dat er voldoende les- en seminarielokalen zijn die bovendien goed multimediaal zijn uitgerust. De bibliotheek- en computervoorzieningen zijn up to date. Het centrum voor Vaardigheidstraining is modern ingericht en hoogtechnologisch uitgerust, al is een uitbreiding van de fantoomzaal tot 70 werkposten wel aangewezen. Ook de klinische faciliteiten zijn zeer goed, constateerde de commissie.
Er is een goed aanbod aan studiebegeleiding. Specifiek voor de eerstejaars is er het monitoraat, dat uitleg verschaft over de manier waarop het onderwijs verzorgd wordt en welke vormen van studiehulp aangeboden worden. Voor elk opleidingsonderdeel is er een monitor, bij wie de studenten met vakinhoudelijke vragen terecht kunnen. Voor alle studenten zijn er de studieadviseurs: de programmadirecteur, de facultaire studietrajectbegeleiders, de adviseurs van de facultaire Dienst Onderwijs Geneeskunde en de ombudspersoon (een ZAP-lid). Naast dit formele aanbod waarderen de studenten het laagdrempelige contact met de lesgevers, stelde de commissie vast.
Interne kwaliteitszorg

Binnen de Faculteit Geneeskunde is de Dienst Onderwijs Geneeskunde (DOG) verantwoordelijk voor het bieden van algemene ondersteuning aan het onderwijsgebeuren binnen de Faculteit. Dit gebeurt in overleg met de decaan en de programmadirecteur Tandheelkunde en in samenwerking met de centrale onderwijsdiensten van de K.U.Leuven. Op het niveau van de opleiding is de Permanente Onderwijscommissie (POC) Tandheelkunde de belangrijkste actor in de kwaliteitszorg. Deze bestaat uit 10 ZAP-leden, waarvan 3 niet uit de Tandheelkunde, 4 AAP-leden en 6 studenten.


Ter voorbereiding van de externe evaluatie (visitatie) worden alle opleidingen aan de K.U.Leuven achtjaarlijks op curriculumniveau geëvalueerd. Daarnaast wordt tussen twee visitaties in een stand van zaken opgemaakt van elke opleiding (het balansmoment) en worden curricula op tweejaarlijkse basis bevraagd bij de alumni. Daarnaast wordt elk opleidingsonderdeel ten minste om de twee jaar geëvalueerd. De commissie is van mening dat er een degelijk instrumentarium voor handen is om de kwaliteit van het onderwijs op te volgen. De opleidingsonderdelenbevraging –nu een tiental algemene vragen– zou volgens de commissie wel nog verdiept kunnen worden.
Aan de uitkomsten van curriculum- en opleidingsonderdelenevaluaties en van de studietijdmetingen wordt door de POC ernstig gevolg gegeven. De transparantie en communicatie rond besluitvormingsprocessen dient wel verbeterd te worden. De beslissings-/adviesbevoegdheid van de POC in relatie tot het departementsbestuur moet duidelijker afgebakend worden. De terugkoppeling naar de studenten van beslissingen die in beide

organen worden genomen kan ook beter. Ten slotte constateerde de commissie dat de ZAP-aanwezigheid vanuit de verschillende tandheelkundige afdelingen op POC-vergaderingen regelmatig onvoldoende is.


De commissie stelt vast dat de permanente onderwijscommissie de voorbije jaren een aantal vernieuwingen heeft ingevoerd die de opleiding hebben verbeterd. De opleiding lijstte in het zelfevaluatierapport echter geen streefdoelen op. De commissie beveelt aan in het kader van het ontwikkelen van een onderwijsvisie streefdoelen uit te zetten. Het zelfevaluatierapport was informatief maar legde naar de mening van de commissie soms te veel de klemtoon op de beschrijving van procedures en het reflecteerde te weinig op het eigen functioneren. De gesprekken tijdens het bezoek brachten evenwel de nodige verheldering zodat de commissie zich een accuraat beeld over de opleidingen kon vormen.
Studenten en medewerkers (ZAP en AAP) van de opleidingen Tandheelkunde zijn vertegenwoordigd in alle facultaire raden en commissies die over onderwijsmateries gaan. Volgens de studentenvertegenwoordigers in de permanente onderwijscommissie zijn de bevoegdheden van de POC onduidelijk. Vele beslissingen aangaande het onderwijs worden huns inziens naar het departementsbestuur doorgeschoven en over de uitkomsten wordt onvoldoende gecommuniceerd. Hier is dus een verbeterslag te maken, meent de commissie. De commissie vindt dat de algemene beslissingen op opleidingsniveau in de POC moeten genomen worden. Daarnaast dient het bureau van de POC in werking te worden gesteld. In dit bureau met vertegenwoordiging van zowel studenten als assistenten moeten de uitvoerende maatregelen worden genomen.
De contacten met de afgestudeerden worden georganiseerd via de vereniging LUTV (Leuvense Universitaire Tandartsen Vereniging). Het bestuur bestaat uit stafleden en alumni. De commissie meent dat de betrokkenheid van de alumni bij het interne kwaliteitszorggebeuren goed is. De opleiding heeft in het zelfevaluatierapport de ambitie geuit om een klankbordgroep op te richten waarin onder andere externe tandartsen en vertegenwoordigers van de beroepsgroep zitting nemen. De commissie ondersteunt dit streven om het beroepenveld op een systematisch manier bij de interne kwaliteitszorg te betrekken.
Resultaten

Mede op basis van de gesprekken met de studenten, de analyse van de examens en leermiddelen en de vlotte doorstroom naar de masteropleiding meent de commissie te mogen concluderen dat de bacheloropleiding haar doelstellingen goed realiseert. De studenten krijgen een degelijke basiswetenschappelijke en tandheelkundige kennis aangereikt die up to date is. Het klinische en praktische luik steekt degelijk in elkaar en bereidt de studenten goed voor op hun klinische opdrachten in de masteropleiding, al zou het nog wat meer naar voren geschoven mogen worden in de opleiding. De studenten met wie de commissie gesproken heeft, waardeerden de ruime basiswetenschappelijke en medische kennis en inzichten die ze opdoen. De kliniek in het derde jaar wordt geapprecieerd, in het tweede jaar zou de kliniek (kijkstages) actiever ingevuld mogen worden.


Het gemiddelde slaagpercentage van de generatiestudenten tandheelkunde lag in het afgelopen decennium op 84%. Het hoge slaagpercentage is een gevolg van het toelatingsexamen. De opleiding hanteert omwille van dit toelatingsexamen ook het streefdoel van 85% geslaagden in het eerste bachelorjaar. In het tweede bachelorjaar ligt het

gemiddelde slaagpercentage in diezelfde periode op 82 procent, en in het derde jaar op 97 procent. Van de afgestudeerden behaalde het afgelopen decennium 80,4 procent het masterdiploma in de voorziene totale studieduur van 5 jaar. De gemiddelde studieduur is vijf jaar en drie maanden. De commissie meent dan ook dat het onderwijsrendement goed is.


Conclusie

De NVAO is in het licht van het vorenstaande tot de slotsom gekomen dat het eindoordeel van de commissie deugdelijk is gemotiveerd. De NVAO kan zich dan ook aansluiten bij de bevindingen en overwegingen voor alle facetten en onderwerpen, zoals verwoord in het visitatierapport. De eindconclusie uit het visitatierapport wordt gevolgd.


De NVAO besluit dat de opleiding voldoet aan de eisen gesteld in de Europese Richtlijn 2005/36/EG.

Oordelen visitatiecommissie

De tabel geeft per onderwerp en per facet het oordeel van de visitatiecommissie weer.




ONDERWERP__OORDEEL__FACET__OORDEEL'>ONDERWERP

OORDEEL

FACET

OORDEEL

1 Doelstellingen opleiding

voldoende

1.1 niveau en oriëntatie

goed




1.2 domeinspecifiek referentiekader

goed

2 Programma

voldoende

2.1 eisen gerichtheid

goed




2.2 relatie doelstellingen - programma

voldoende




2.3 samenhang programma

goed




2.4 studielast

goed




2.5 toelatingsvoorwaarden

voldoende







2.6 studieomvang

ok







2.7 afstemming vormgeving - inhoud

voldoende







2.8 beoordeling en toetsing

voldoende







2.9 masterproef

nvt

3 Inzet van personeel

voldoende

3.1 eisen gerichtheid

goed




3.2 kwantiteit

voldoende




3.3 kwaliteit

goed

4 Voorzieningen

voldoende

4.1 materiële voorzieningen

goed




4.2 studiebegeleiding

goed

5 Interne kwaliteitszorg

voldoende

5.1 evaluatie resultaten

voldoende







5.2 maatregelen tot verbetering

goed







5.3 betrokkenheid

voldoende

6 Resultaten

voldoende

6.1 gerealiseerd niveau

goed




6.2 onderwijsrendement

goed


Eindoordeel NVAO: positief


  1. Globale oordelen NVAO

De onderstaande tabel geeft per onderwerp het globaal oordeel van de NVAO weer.


ONDERWERP


OORDEEL

1 Doelstellingen

voldoende

2 Programma

voldoende

3 Inzet personeel

voldoende

4 Voorzieningen

voldoende

5 Interne kwaliteitszorg

voldoende

6 Resultaten

voldoende


Eindoordeel NVAO: positief

  1. Besluit1

betreffende de accreditatie van de Bachelor of Science in de tandheelkunde (academisch gerichte bachelor) van de Katholieke Universiteit Leuven
De NVAO,

Na beraadslaging,

Besluit :
Met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wordt het accreditatierapport en –besluit met positief eindoordeel voor de opleiding Bachelor of Science in de tandheelkunde (academisch gerichte bachelor) van de Katholieke Universiteit Leuven goedgekeurd en wordt de opleiding geaccrediteerd. Het betreft een opleiding zonder afstudeerrichtingen die te Leuven wordt georganiseerd.
De in het eerste lid bedoelde accreditatie geldt vanaf de aanvang van het academiejaar 2012-2013 tot en met het einde van het academiejaar 2019-2020.

Den Haag, 9 maart 2012


Voor de NVAO,

K.L.L.M. Dittrich



voorzitter

Bijlage 1 – Gegevens opleiding


  • naam instelling Katholieke Universiteit Leuven




  • adres instelling Naamsestraat 22 bus 5000 BE-3000 Leuven

  • aard instelling ambtshalve geregistreerd




  • graad, kwalificatie Bachelor in de tandheelkunde

  • specificatie of Science







  • opleidingsvarianten

  • afstudeerrichtingen: geen

  • studietraject voor werkstudenten: geen




  • vestiging opleiding Leuven




  • onderwijstaal Nederlands




  • bijkomende titel geen


1 Het ontwerp van accreditatierapport en –besluit werd aan de instelling bezorgd voor eventuele opmerkingen en bezwaren. Bij e-mail van 22 februari 2012 heeft de instelling laten weten geen opmerkingen te hebben.




Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina