Aanbrengen oogzalf



Dovnload 9.7 Kb.
Datum01.12.2017
Grootte9.7 Kb.

Infuus, systeem



 
Protocollen voorbehouden handelingen
Verwisselen van het infuussysteem


Opmerkingen:
KENNIS.
- bij het verwisselen van het infuussysteem moet ook de infuuseenheid verwisseld worden.
- kennis hebben van steriliteit en hygiënische aspecten
- Ringen aan de infuusarm moeten worden afgedaan (knellen bij subcutaan lopen)
- Aan een infuusarm wordt liever geen bloeddruk gemeten
- Eventueel aangebrachte nagellak aan een infuusarm (of infuusbeen) moet worden verwijderd. (kleur van het nagelbed zegt iets over de zuurstofverzadiging van het bloed of de circulatie in betreffende lichaamsdeel)

VAARDIGHEDEN.


- Om vaardig te zijn en te blijven is het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.

ATTITUDE.


- Houdt rekening met de gevoelens van de bewoner en zorg voor voldoende privacy.

Voorbereiding:
BEWONER.
- Overleg met de bewoner over de te verrichten handeling

MATERIALEN.


- infuusfles of zak NACL 0,9% of glucose/ zout voor het doorspoelen van het nieuwe systeem.
- infuussysteem
- pleisters
- schaar
- afvalbakje
- alcohol 70%
- celstofmatje of ander opvangmateriaal
- niet steriele handschoenen

OMGEVING.


- zorg voor de privacy en een rustige omgeving
- bed op de juiste hoogte instellen

Uitvoering:
- was de handen
- maak een nieuw infuussysteem klaar
- infuuskolf neerzetten
- dopje verwijderen van de infuuskolf
- desinfecteer het rubber van de infuuskolf
- het infuussysteem in de fles steken en ophangen
- rode ontluchtingsnippeltje op de spike openzetten
- einddopje van het infuussysteem verwijderen en de druppelregelaar openzetten.
- infuusslang vol laten lopen, zonder dat luchtbellen achterblijven in bekken.
- druppelregelaar dichtdraaien en dopje terugplaatsen
- klem het lekkende infuus af en schakel de pomp op pauze
- leg opvangmateriaal onder de arm of hand van de bewoner
- maak het toedieningssysteem los van de bewoner, terwijl je de naald fixeert, door de aansluitconus vast te nemen en de slang voorzichtig van de naald te draaien.
- controleer de insteekopening op lokale huidreacties en ligging van de venflon
- breng het nieuwe ontluchtte toedieningssysteem druppelend in
- stel de pomp weer in op voorgeschreven snelheid
- schakel het infuussysteem over op de voorgeschreven infuusvloeistof en fixeer infuus opnieuw.

Nazorg:
BEWONER.
- aan de bewoner vragen of alles naar wens is gegaan

MATERIALEN.


- ruim gebruikte spullen weer op

VERZORGENDE.


- was de handen
- noteer soort en hoeveelheid ingelopen infuusvloeistof, alsmede de reden en tijdstip van vervanging op infuuslijst en in verpleegplan.

Complicaties:
- flebitis
- luchtembolie


Bron: Vaardigheden Basis Verpleegkunde 2004

Zorgcombinatie De Nieuwe Maas 2003





Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina