2. Plannen en acties Leerdoel 1



Dovnload 111.84 Kb.
Datum11.12.2017
Grootte111.84 Kb.

2. Plannen en acties

Leerdoel 1: Ik kan kritische vragen stellen omtrent mijn functioneren en de werking van de voorziening.
Motivatie: Zoals ik bij mijn werkpunten heb geschreven, moet ik eraan werken om mezelf in vraag te stellen tijdens bepaalde handelingen en de werking van de voorziening. Doordat ik positieve feedback ga krijgen over mijn handelen, ga ik meer zekerheid krijgen en weet ik dat ik op de juiste manier bezig ben.

Ik denk vaak niet na over de handelingen die de opvoeders uitvoeren, omdat ik telkens denk dat het vanzelfsprekend is. Hier moet ik ook aan werken door tijdens de werking voldoende vragen te stellen, zodat ik een duidelijk beeld heb over de handelingen die genomen worden, zodat ik ze zelf op een correcte manier kan toepassen.


Actieplan: Door mezelf aan te zetten tot vragen te stellen, moet ik van mezelf minstens 2 vragen stellen per dag. Dit kan ik telkens opbouwen, door nog meer vragen te stellen. Normaal gezien kan je oneindig veel vragen stellen per dag, maar doordat ik er nog in moet groeien, stel ik voor mezelf een hoeveelheid van 2 vragen per dag op.

De vragen die ik op een dag heb gevraagd, schrijf ik achteraf op. Ook schrijf ik de desbetreffende informatie erbij zodat ik achteraf kan controleren voor mezelf dat ik de vragen heb gesteld.





Ondernomen acties:

Ik heb een document aangemaakt waarin ik alle vragen noteer die ik gevraagd heb tijdens de werking en bij gesprekken met mijn mentor. Er waren dagen dat ik meerdere vragen had en dagen dat ik er maar 1 had gesteld. Telkens heb ik voor mezelf wel uitgemaakt dat ik elke dag zeker 2 vragen moet stellen, zodat ik bewust bezig was met het behalen van mijn doel en hier aan werkte.

Nummer(s) bijlage(n): 1 (vragen stellen op stage)

Tussentijdse evaluatie:

Periode van 12 september 2016 tot 1 februari 2017

Bijsturing:




Besluit leerdoel 1:



Leerdoel 2: Ik ken de hulpvraag van 1 bewoner waar ik me verder in verdiep.
Motivatie: Doordat ik de problematiek, de achtergrond, de context, … van de bewoner weet kan ik het gedrag beter begrijpen en mijn handelen aanpassen aan de noden van de cliënt. Ik heb gkozen voor L. Het is een meisje dat pas nieuw is in de leefgroep Lantaarn. Doordat ze voor elke begeleider nog vragen oproept bij bepaalde handelingen, vond ik het wel interessant om dit allemaal te weten te komen en me zo verder te verdiepen in haar. Ik heb interesse in haar achtergrond, in haar oorzaak van haar beperking, in haar context, in haar levenswijze, … Doordat ik deze informatie te weten kom, ga ik een beter beeld kunnen vormen en ga ik bepaalde handelingen met een betekenis nemen.
Actieplan: Wanneer ik een vrij moment heb, bekijk ik het dossier van mijn cliënt. Hier ga ik veel informatie vinden over haar context, haar beperking, … Ik neem deel aan momenten dat de ouders van de cliënten op bezoek komen. Zo leren de ouders mij kennen en kan ik informatie krijgen door over hun eigen kind te praten.

Ondernomen acties:


  • Op 22 september neem ik deel aan ‘het gezellig samen zijn’. Dit is een bijeenkomst op stage dat de ouders van de cliënten op Sint-jozef komen eten. Ik neem hier aan deel door de ouders beter te leren kennen en met hen kennis te maken. Zo leren ze mij ook kennen, wat positief is voor het verdere verloop van de uitwerking van mijn doel.

  • Op 20 september en 5 oktober heb ik het dossier van mijn cliënt bekeken en er interessante informatie uitgehaald.

  • Op 12 oktober heb ik een gesprek gehad met mijn cliënt zelf. Ik heb een verslag gemaakt van hoe het gesprek is verlopen en welke informatie ik eruit heb gehaald.


Nummer(s) bijlage(n): 2 (beeld van de cliënt), 3 (bijlagen termen en beperkingen), 4 (verslag van gesprek met cliënt)

Tussentijdse evaluatie:

Periode van 12 september 2016 tot 1 februari 2017



Bijsturing:


Ondernomen acties:

Nummer(s) bijlage(n):

Tussentijdse evaluatie:

Periode van …….. tot …………..

Bijsturing:


Besluit leerdoel 2:



Leerdoel 3: Ik kan mijn verlegenheid aan de kant zetten tijdens teambesprekingen.
Motivatie: Zoals ik in mijn werkpunten heb geschreven, kreeg ik vorig jaar op de eindevaluatie van mijn stage het werkpunt toegeschreven dat ik minder verlegen moet zijn wanneer ik informatie moet meedelen aan een grote groep. Ik blokkeer als ik voor een grote groep moet praten waardoor ik eerder ga luisteren naar wat anderen te vertellen heb, dan mijn eigen ideeën naar voor te brengen. Dit is een werkpunt waar ik graag aan wil werken, zodat dit ook hopelijk mijn zelfvertrouwen verhoogd. Wanneer ik later officieel ergens ga werken ga ik vaker aan teambesprekingen moeten deelnemen waar ik ook het woord zal moeten voeren. Daarom vind ik het voor mezelf nu de moment om er aan te oefenen zodat ik het later kan toepassen.
Actieplan: Doordat ik op donderdag en vrijdag les heb, is het geen gemakkelijke opgave om telkens aanwezig te zijn tijdens de teambesprekingen op Sint-jozef. Deze vallen namelijk op donderdag namiddag van half 2 tot 4 uur. Daarom ga ik proberen om af en toe deel te nemen aan de teambesprekingen door de leerkachten van op school tijdig te verwittigen.
Voor ik naar de teambesprekingen ga, stel ik voor mezelf een aantal vragen op waar ik informatie over wil krijgen. Zo ben ik voor mezelf verplicht om tijdens de teambesprekingen aan het woorden te komen en mijn vragen te stellen. Ik zet vooraf mijn vragen op papier.

Ook ga ik vooraf vragen of er punten zijn die specifiek op de vergadering worden besproken. Zo kan ik goed voorbereid naar de vergadering gaan.



Ondernomen acties:


  • Ik heb als voorbereiding voor de teambespreking op 21 november 2016 enkele vragen genoteerd, die ik tijdens de teambespreking kan stellen.

  • Op 21 november heb ik deelgenomen aan een teambespreking.

  • Ik heb een voorbereidend verslag gemaakt van de voorbereiding van mijn activiteit

  • Ik heb mijn activiteit uitgevoerd op 26 oktober 2016 en heb dit zelf geleid.

  • Ik heb een verslag gemaakt van hoe de activiteit is verlopen en hoe ik de activiteit heb ervaren.


Nummer(s) bijlage(n): 5 ( voorbereiding punten teambespreking),6 ( antwoorden voorbereiden punten teambespreking) , 7 (voorbereidend verslag activiteit), 8 (verslag van activiteit)

Tussentijdse evaluatie:

Periode van 12 september 2016 tot 1 februari 2017



Bijsturing:


Ondernomen acties:

Nummer(s) bijlage(n):

Tussentijdse evaluatie:

Periode van …….. tot …………..

Bijsturing:


Besluit leerdoel 3:

Bijlage 1 – Vragen stellen op stage

Kiezen jullie zelf wanneer iedereen in bad gaat? ( 20 september 2016)

 Er zit wel een bepaalde reden achter. De cliënten die in het weekend naar huis zijn geweest, moeten maandag in bad. Doordat er in de meeste thuissituatie’s geen mogelijkheid is om de cliënten in bad te steken, gebeurt dit meteen na het weekend op Sint-jozef.

Als er cliënten eenmaal per week blijven slapen, gaan ze die avond ook in bad of douche.

Hoe komt het dat J op donderdag voortaan komt slapen? (20 september 2016)

 Vanuit de thuiscontext was er vraag naar overnachting en doordat er bij Lantaarn nog plaats is, kan hij op donderdag hier terecht.



Word er iets speciaal gedaan met verjaardagen? (21 september 2016)

 De cliënten mogen een dessert kiezen dat we die dag maken. Er word gezorgd voor een cadeau en er word een klein feestje gehouden met alle cliënten van de leefgroep samen. Er word geen verjaardagslied gezongen omdat ze dat niet willen, omdat het pubers zijn.



Waarom moet A fietsen? ( 28 september 2016)

 Zo blijven haar armen in beweging en doet ze aan sport.



Wat moet A bij de kinesist doen? (28 september 2016)

 Ze maken de spieren in haar benen los. Ze moet af en toe zelf pompen. Er worden vooral oefeningen met haar armen gedaan omdat ze zelf geen kracht op haar benen kan zetten.



Heeft J het erger als de mama weggaat, of is het elke avond even erg dat hij roept?

 Het slapen gaan is altijd een lastig moment voor hem. Als de mama hem in bed steekt is het beter dat een vaste begeleiding erna nog eens gaat kijken, hem goed onderstopt en hem gerust stelt. Zo krijgt hij terug veiligheid en structuur.



Waarom gebruikt N deze tilzak en niet de andere?

 Ze mag zo weinig mogelijk kracht uitoefenen onder haar armen. De ene tilzak brengt ondersteuning onder haar armen, wat voor haar dus geen toepassing kan zijn. Ze mag zo weinig mogelijk onder haar armen krijgen.



Waarom voelt A niks meer aan haar onderste ledematen?

 Ze is geboren met een open rug en is hieraan geopereerd. Daarom voelt ze vanaf haar buik tot haar tenen niks meer.



Heeft iedereen dat met spina bifida?

 Nee, sommige kunnen nog wel wandelen. Dit is afhankelijk van waar de rug geopereerd is en/of het geopereerd is.



Moet ik hiervoor iets speciaal doen?

 Telkens bij het uitkleden kijken of ze wondjes ergens heeft. Dit moet je doen omdat ze ook niet voelt als ze ergens tegen botst en wondjes hierdoor krijgt. Je moet dit goed in het oog houden zodat we dit telkens kunnen verzorgen.



Heeft A vaker dat ze aanvallen krijgt?

 Ja, dit kan vaker voorkomen. Dan heeft ze een kleine absence.



Is dat de reden dat ze een helm draagt?

 Klopt. Enkel wanneer ze aan tafel zit, mag ze haar helm afdoen. Anders moet ze hem altijd aanhouden.



Waarom kan N de doelstelling niet bereiken om zelfstandig naar de winkel te gaan?

 Dit is niet haalbaar omdat ze het gewoon niet ziet. Ze is pas van een drempel gereden en uit haar rolstoel gevallen. Dit komt omdat ze het drempeltje gewoon niet ziet. Dit zou ook heel onverantwoordelijk zijn in het verkeer. Ze ziet niet hoever of dichtbij een auto is.



Waarvoor dient de klos tussen de benen?

 Dit dient voor de cliënten dat ze hun benen openhouden en dat ze ook hun spieren in hun benen hiervoor moeten gebruiken.



De oefeningen die je nu aan het doen bent, is dit voor de spieren los te maken? (sessie bij de kinesist)

 Klopt, dit is voor de spieren in de benen los te maken en te stretchen. Dit doen we doordat de cliënten heel de dag in de rolstoel zitten.



Waarvoor word dit gedaan? (sessie bij de kinesist)

 Dit is voor de hamstring te stretchen. We zetten ze in spreidstand, en spelen ondertussen een spelletje. Zo worden ondertussen de hamstring gestretcht.



Is het doordat zij spina bifida heeft, dat zij geen kracht meer kan zetten en zelf geen stoelgang meer kan maken?

 Klopt. Ze kan zelf geen druk meer zetten. Zij heeft zelf geen sluitspier.



Is een sonde hetzelfde als een stoma?

 Nee, dat is anders. Een stoma blijft er altijd inzitten.



Wat zijn we nu precies aan het doen? (iemand sonderen)

 We steken dit buisje in haar gaatje. Ze heeft een gaatje in haar buik. Dit buisje is van zichzelf wat glad, zodat het goed glijdt in het gaatje. Onder het buisje houden we een plastuit, zodat haar urine in de plastuit kan lopen. Hier voelt ze niks van.



Waarom mag S niet meer samen met A op de computer?

 S eist A heel hard op. Het is belangrijk dat S zelf haar vrije tijd kan invullen. Van thuis uit krijgt ze alles en dat doet ze na in de leegroep bij A. Dit is niet de bedoeling en daarom blokken we S wat af om het eisen af te remmen.



Waarom heeft F een lint rond haar benen en N een handvat op haar tafel? (sessie boccia)

 Als F de bal gaat gooien heeft ze de neiging om haar lichaam volledig te strekken. Dit heeft te maken met spanning. Door het lint blijven de benen bij elkaar. N heeft haar handvat doordat ze recht kan blijven zitten. Haar spieren in haar bovenlichaam zijn niet zo stevig waardoor ze de neiging heeft om scheef te gaan hangen. Door het handvat kan ze zichzelf rechthouden.



Mag je zowel boven als onder gooien? (sessie boccia)

Als je het kan, mag je langs onder gooien. Doordat sommige het niet kunnen, hebben we ze geleerd om langs boven te gooien.



Zijn er bepaalde hulpmiddelen? (sessie boccia)

Ja, we hebben een gleuf. Dit is een lange buis waar de bal in wordt gelegd en dan moeten ze een klein tikje geven.



Hoe komt het dat het hier rood ziet?

Dit komt doordat ik vaker op een dag aan moet krabben. Ik heb hier geregeld jeuk aan.



Waarom moet N spalken aan haar voeten?

Haar voeten draaien zichzelf naar buiten. Door de spalken proberen we de spieren in haar voeten recht te krijgen en te voorkomen dat de voeten harder naar buiten gaan draaien.



Is dat hetzelfde aan haar handen?

Ja klopt. Haar polsen gaan van zichzelf naar buiten buigen en door de spalken zijn de spieren in haar polsen gestrekt.



Waarom is het belangrijk dat J één op één eet?

J moet voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens het eten. Hij moet met een bepaalde techniek eten krijgen. Als je je aandacht niet volledig op J richt, kan je wel eens een fout maken.



Waarom mag je hem niet op zijn zij draaien? (helpen bij verzorging op BUSO)

Hij heeft hier een morfinepleister aan zijn heup. Dit komt doordat hij heel veel last en pijn aan zijn heupen heeft.



Waarom moeten we bij hem een andere tilzak gebruiken?

Dit heeft ook met zijn heupen te maken. Deze linten kruisen tussen zijn benen waardoor zijn benen goed samenblijven. Bij de andere tilzakken spreiden de benen van de cliënten.



Waarom moet je precies pilletjes innemen?

Dit is nodig voor mijn blaas. Dit zorgt ervoor dat de zuurtegraad overal ongeveer hetzelfde is.



Moet jij die pilletjes elke dag innemen?

Ja, elke dag ’s avonds.



Hoe moet je de tillift precies gebruiken?

Eerst moet je de tilzak onder de persoon steken. Zeker opletten dat de zak onder het zitvlak van de persoon zit. Dan haal je de tillift erbij en zet je hem goed. De poten uit elkaar zodat je er mee kan rijden, naar beneden zetten voor de linten van de zak te bevestigen. Daarna de tillift weer omhoog en de poten bij elkaar. Zo is het gemakkelijker om te rijden. Let er zeker op dat je de tillift terug naar beneden haalt als je onder de deur van het toilet moet.



Is het van de koude dat je nu aan het trillen bent?

Nee, dit komt door de spanning. Doordat ik net in de tilzak heb gezeten, heb ik veel druk en spanning op mijn benen moeten zetten. Daarom trillen mijn benen.



Kan ik of jij die trilling verminderen of doen stoppen?

Nee, dit gaat vanzelf weg. Ik voel zelf wel niet wanneer dat de trilling stopt of gedaan is.



Mag je kiezen of je A met de rolstoel naar het wc rijdt of met haar loopkar?

Zoals je weet valt A regelmatig. Dit komt door het verschieten en zaken die ze niet ziet of weet afkomen. Toch proberen we haar zoveel mogelijk met haar loopkar te laten rondstappen, zodat haar spieren in haar benen niet nog korter worden. Ze kan stappen dus willen me dit zoveel mogelijk behouden en stimuleren. Als we haar meer van de tijd in haar rolstoel zouden laten zitten, zouden we haar mogelijkheden wegnemen wat jammer zou zijn.



Moet je altijd eerst de benen losmaken bij een staanapparaat?

Elk staanapparaat is anders. Je moet het laatste losmaken waar de persoon het stevigst mee vast zit.



Gaat C. Vaker rusten door de dag?

Naar het school gaan is voor haar heel vermoeiend dus daarom gaat ze op maandag in de namiddag rusten.



Voel jij zelf dat je spieren aan het verzwakken zijn? ( Tijdens een verzorging)

Ja, omdat ik eerst kon staan en nu kan ik geen kracht meer op mijn benen zetten. Hierdoor merk ik dat.



Waarom haal je nu water door de buis van de sonde-voeding?

Dit moet altijd gezuiverd worden als hier sonde-voeding door heeft gelopen.



Waarom mogen de cliënten maar 1 glas cola op een dag en dit niet telkens kiezen?

Dit komt doordat we maar 2 flessen cola krijgen per week. Dit wil ook zeggen dat de cliënten de mogelijkheid niet hebben om heel de dag cola te drinken. OoK zijn er enkele cliënten op dieet, waardoor ze ook cola zero moeten drinken.



Is het geregeld dat S zo zenuwachtig is voor bepaalde zaken? Want dit was ik niet gewoon. ( Sint kwam op bezoek)

Ja, dit is geregeld. Hier kan ze ook zeker in overdrijven om aandacht te vragen.



Waarom heeft ze dit dan? En is het normaal dat ze daarvoor haar eetlust laat?

Ze zoekt een manier om haar zenuwen kwijt te kunnen. Ook krijgt ze dan veel aandacht van ons omdat wij vinden dat ze moet eten. Hier is het belangrijk dat we al die emoties en gevoelens neutraal houden. We mogen er niet te veel in meegaan.



Hebben nog andere cliënten hier last van?

B van paleis heeft hier ook last van. Hij mag niet eten en drinken door zijn mond en krijgt daarom sondevoeding. Alles wat hij drinkt komt meteen in zijn longen terecht. Ooit heef hij expres heel veel gedronken waardoor de ouders en begeleiders heel boos op hem werden. Dit zag hij als aandacht krijgen en deed het daarom meer. Hij is hierdoor een paar keer in het ziekenhuis beland en ook dit zag hij als aandacht want nu kwamen de ouders veel naar hem toe. Je mag hem dus nooit alleen laten.



Bijlage 2 – Beeld van de cliënt

Om een beeld te vormen over mijn cliënt heb ik eerst een gesprek gehad met mijn mentor vanop stage. Ik heb eerst voorgelegd wie ik wou nemen en of ik de goedkeuring daarvoor had. Wanneer ik een goedkeuring kreeg, heb ik enkele vragen gesteld die ik te weten wou komen over mijn cliënt. Nadat al mijn vragen beantwoord waren heb ik de toestemming gekregen om in het dossier van de cliënt te kijken. Door al deze informatie kan ik een beeld vormen van mijn cliënt.

L. is een meisje van 13 jaar die haar eerste jaar begint op het BUSO in Sint- jozef. Ze zit in OV1 De Tjalk. OV1 is een opleidingsvorm dat gericht is op het maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving waar ondersteuning voorzien is en in voorkomend geval op arbeidsdeelname in een omgeving waar ondersteuning voorzien is.

L. heeft een mama die goed voor haar zorgt. Haar vader is recent overleden. Ook heeft L nog 1 zus waar ze veel over vertelt.

In de week blijft L. op woensdag namiddag op Sint-jozef in de leefgroep Lantaarn. Hier doet ze mee aan de activiteiten. ’S Avonds blijft L één nacht slapen in Lantaarn.

Mijn cliënt is een meisje van 13 jaar. Haar ontwikkelingsleeftijd schommelt tussen de 5 en 6 jaar.



L. heeft een matig verstandelijke beperking en heeft daarbij een licht motorische beperking. Ze heeft cerebellaire hypoplasie. Daarbij heeft ze psoriasis aan de benen. Als laatste heeft ze stagnatie groei van de kleine hersenen.

Dimensie 1: het intellectueel functioneren en de adaptieve vaardigheden

Communicatie

Mogelijkheden

  • Ze kan Nederlands en Engels spreken

  • Ze gebruikt meerwoordzinnen

  • Ze kan zichzelf goed duidelijk maken

  • Ze kan haar eigen naam schrijven

  • Ze kan namen van de leefgroep en begeleiders goed uitspreken en onthouden

Beperkingen

  • Vertraagde spraak en taalontwikkeling

  • Ze spreekt vaak over zaken of onderwerpen die ze van anderen gehoord heeft

  • Ze springt in haar gesprek vaak van de hak op de tak

  • Wanneer ze moe of slechtgezind is, heeft ze soms geen zin op te communiceren






Wonen

Mogelijkheden

Beperkingen

  • Ze is af en toe onhandig met zaken omstoten. Bv: drinken, bus shampoo, …

  • Ze kan niet zelfstandig iets bereiden voor te eten. Bv: ei koken of bakken, …



Redzaamheid

Mogelijkheden

  • Ze is zindelijk

  • Ze kan zichzelf aan- en uitkleden

  • Ze kan zelfstandig drinken

  • Ze kan zelfstandig bestek gebruiken

  • Ze kan zelfstandig haar tanden poetsen

  • Ze kan zichzelf verplaatsen doorheen heel de voorziening



Beperkingen

  • Wanneer ze haar concentratie naar anderen richt tijdens het drinken, kan ze soms wel eens smossen

  • Ze heeft hulp nodig voor haar haren te kammen

  • Ze heeft toezicht en assistentie nodig bij activiteiten van het dagelijkse leven



Sociale vaardigheden

Mogelijkheden

  • Ze kan iemand aanspreken om iets te vertellen

  • Ze neemt zelf initiatief om contact te leggen

  • Ze kan naar anderen luisteren en hierop ingaan

  • Ze kan zorg dragen voor de andere cliënten. Bv: helpen duwen met de rolstoel, …)

  • Ze is graag bij mensen

  • Ze is veel bezig met wat anderen aan het doen zijn.

Beperkingen

  • Wanneer je haar niet afblokt kan ze blijven vertellen aan een stuk door

  • Ze begint soms te spreken als anderen nog aan het woord zijn

  • Ze kan anderen soms commanderen in wat ze moeten doen

  • Ze vertoont testgedrag






Maatschappijgebruik

Mogelijkheden

  • Ze kent goed haar weg in de leefgroep Lantaarn.

Beperkingen

  • Ze is snel afgeleid door alle prikkels die ze ziet waardoor ze niet altijd geconcentreerd is op haar stappen






Zelfbepaling (zelfsturing)

Mogelijkheden

  • Ze kan kiezen wat ze op haar boterham wil

  • Ze kan zelf kiezen wat ze wil doen tijdens vrije tijd

  • Ze vraagt hulp wanneer dit nodig is (Bv: Als ze iets wil kijken op de computer)

  • Ze kent het dagschema van Lantaarn.  Ze weet dat ze gaat eten als ze woensdagmiddag in Lantaarn aankomt en dat we daarna activiteiten doen.

Beperkingen

  • Wanneer ze verliest in een spelletje (Bv: op de ipad) laat ze snel de moed zakken






Denkontwikkeling en (functionele) schoolse vaardigheden

Mogelijkheden

Beperkingen




Ontspanning en vrije tijd

Mogelijkheden

  • Ze kan zichzelf goed bezig houden tijdens vrije tijd.

  • Ze is gevarieerd in wat ze doet tijdens vrije tijd.

Beperkingen

  • Ze is snel afgeleid door wat andere aan het doen zijn.






Gezondheid en veiligheid

Mogelijkheden

  • Ze weet zelf hoe ze zich moet verzorgen ( ochtend en avond créme smeren)

  • Ze kan zichzelf wassen en weet ook waar ze moet wassen

  • Ze weet wanneer ze medicatie moet nemen

Beperkingen

  • Bij het wassen is het noodzakelijk dat je als begeleider na wast

  • Ze heeft moeilijkheden bij de volgorde van het wassen






Seksuele ontwikkeling - seksualiteit





Werk

Mogelijkheden

  • Ze kan een lange tijd aan éénzelfde taak bezig zijn

  • Ze vraagt hulp wanneer ze dit nodig heeft

Beperkingen

  • Wanneer ze moe is, heeft ze veel aanmoediging nodig om aan een taak te werken




Bijlage 3 – termen en beperkingen

Cerebellaire hypoplasie

Cerebellaire hypoplasie is een ontwikkelingsstoornis waarbij het cerebellum zich niet of onvoldoende heeft ontwikkeld. Het is een aandoening die zeer zeldzaam en erfelijk is. Er kunnen verschillende oorzaken zijn waardoor deze ontwikkelingsstoornis ontstaat. Enkele voorbeelden zijn: afwijking aan de schildklier, medicijnen, chemische stoffen, infecties, beroerte, …

Mensen met cerebellaire hypoplasie hebben een slappe spiertonus waardoor ze moeite hebben met wandelen. Ze waggelen meer. Ze hebben moeite om voorwerpen vast te nemen en vaak spraakafwijkingen.

Cerebellaire hypoplasie kan ontdekt worden door een medische beeldvorming te ondergaan. Zo gaat men na hoe het cerebellum zich ontwikkeld heeft.

Er is geen specifieke behandeling, omdat cerebellaire hypoplasie niet te genezen valt. Het is vooral belangrijk dat de mensen ondersteunende zorg krijgen.

Psoriasis

Psoriasis is een chronishe auto- immuumziekte. Deze is gekenmerkt door een versnelde deling en verminderde rijping van de hoorncellen in de opperhuid. Doordat de cellen niet goed uitrijpen is ook het afschilferen verstoord, waardoor lokaal sterke afschilfering van huidschubben op plaatsen plaatsvindt.

Psoriasis is niet besmettelijk. Ongeveer 2% van de wereldbevolking heeft psoriasis. De kenmerken zijn witte huidschilfers op rode vlekken, die jeuken.

Genetische factoren spelen een rol bij psoriasis maar zijn niet bepalend. De exacte manier van overerving is nog onbekend. Er zijn ook andere factoren uit de omging die al dan niet een rol kunnen spelen bij het ontstaan van psoriasis.



Bijlage 4 – Verslag van gesprek met cliënt

Op 12 oktober 2016 moest ik van 12 uur tot 20 uur stage lopen. Wanneer we ’s avonds met de hele leefgroep hadden gegeten, had ik nog een momentje vrij om samen te gaan zitten met mijn cliënt. Ook moest ik voor een andere opdracht van school, nog een gesprek voeren met mijn cliënt. Ik heb deze 2 opdrachten samen genomen en dit in één gesprek samen gegoten.

Als eerste heb ik mijn cliënt verteld waarom ik met haar eens wou praten en of ze zich hier goed bij voelde. Hier heb ik als reactie op gekregen dat zij ook naar het school moest en huiswerk moest maken en dat ze graag met mij wou praten. Wanneer alles voor haar duidelijk was, ben ik begonnen aan mijn opdracht. Ik was voorbereid naar het gesprek met mijn cliënt. Dit heb ik gedaan voor het mezelf en haar gemakkelijker te maken. Ik moest aan haar uitleggen dat ik op bepaalde domeinen met haar ging werken en dat ze bepaalde domeinen mocht kiezen. Ik had van te voren prenten afgedrukt die bepaalde domeinen weergaven. Zo kon ik aan de hand van de domeinen, alles uitleggen en visualiseren. Voor de opdracht moesten er bepaalde vragen beantwoord worden. Deze vragen had ik allemaal apart op een A4 papier genoteerd. Wanneer ik deze vragen aan haar stelde, noteerde ik telkens haar antwoorden. Deze antwoorden waren eerder in woorden dan in zinnen. Dit heb ik gedaan zodat mijn cliënt voldoende inspraak had in mijn opdracht en dat ze ook goed op de hoogte was van wat precies de bedoeling was.

Het gesprek is heel aangenaam verloren. Ze was heel enthousiast bij het beantwoorden van al mijn vragen. Ook sloot ze het gesprek af met ‘Is het nu al gedaan?’. Ik ben opgelucht dat ze zo enthousiast is.



Bijlage 5 – voorbereiding punten teambespreking

21 november 2016

  • Ik leg mijn voorlopig ortho-agogische begeleidingsplan van mijn cliënt voor.

  • Mag ik tijdens een moment dat er geen cliënten zijn en alle taken zijn gebeurd, voor school werken?

  • Met wie kan ik het best bespreken voor theoretische en methodische opvattingen?

  • Mag ik kinesist, logopedie, sporten, … telkens bijwonen of moet ik hiervoor mensen inlichten?

  • Waar focussen jullie je op tijdens een teambespreking?

  • Uit welke personen bestaat deze teambespreking?

  • Wat gebeurd er als er over bepaalde dingen geen overeenstemming komt?

Bijlage 6 – antwoorden voorbereiding punten teambespreking

  • Ik leg mijn voorlopig ortho-agogische begeleidingsplan van mijn cliënt voor.

  • Mag ik tijdens een moment dat er geen cliënten zijn en alle taken zijn gebeurd, voor school werken?

 Als alle taken gebeurd zijn en er is nog tijd over, mag je dit zeker doen.

  • Met wie kan ik het best bespreken voor theoretische en methodische opvattingen?

 Hier kan je best voor samenzitten met de orthopedagoog. Als je haar vooraf vraagt om samen te zitten, dan kan ze dit plannen en dan beantwoord ze graag al jou vragen.

  • Mag ik kinesist, logopedie, sporten, … telkens bijwonen of moet ik hiervoor mensen inlichten?

 Als je dit vooraf meedeelt aan de cliënten dan zijn ze hier op voorbereid en dan geven ze dit zelf mee aan de kinesist of de logopedist. Normaal gezien maakt niemand hier een probleem van.

Bijlage 7: Voorbereidend verslag activiteiten

Op 18 oktober kreeg ik de opdracht om een activiteit voor te bereiden voor op woensdag namiddag. De activiteit zou doorgaan op 26 oktober, wat wil zeggen dat ik nog een week de tijd had om een activiteit te verzinnen en uit te werken.

Ik vond het heel leuk dat ik deze verantwoordelijkheid kreeg, dus had ik ook zin om een leuke activiteit te verzinnen.

Op woensdag namiddag is het altijd best druk in onze leefgroep want dan zijn we met 13 cliënten. Hierdoor moest ik een activiteit verzinnen die we met de hele groep konden doen.

Door opzoekwerk te doen op het internet, inspiratie van mezelf en tips vanuit mijn omgeving heb ik zelf een leuke activiteit verzonnen.

Omdat de datum heel dicht gelegen is bij halloween heb ik gekozen om iets met dit thema te doen.

Ik zoek vooraf allemaal grote prenten die met halloween te maken hebben. Pompoenen, heksen, kaarsen, spinnen, … De prenten mogen ze overtekenen op schrinkelpapier. Dit is heel dun papier. Wanneer ze zelf iets weten dat met halloween te maken heeft, mogen ze dit ook tekenen. Het is de bedoeling dat ze bij hun tekening hun naam zetten, zodat we goed weten van wie welke tekening is. Daarna maken we met een perforator een gaatje in elk papier. Dit komt straks nog van pas.

Als iedereen een tekening op zijn schrinkelpapier heeft staan, gaan de papieren in de oven. Hier gaan de papier heel hard krimpen. Na 5 minuutjes halen we de papieren uit de oven en leggen we ze tussen een telefoonboek. Zo blijven de schrinkels mooi glad.

Na een tijdje halen we de schrinkels uit de telefoonboek. Als laatste stap maken we een ringetje door het gaatje, en dan hebben we een zelfgemaakte sleutelhanger als resultaat.

Ik maak dit verslag, omdat dit ook voor mezelf een goede voorbereiding is. Doordat ik de activiteit volledig uittyp, weet ik wat ik precies ga doen en hoe ik op de dag zelf te werk ga gaan. Doordat ik voorbereid aan de activiteit kan beginnen, hoop ik dat ik mijn verlegenheid aan de kant kan zetten om tegen heel de leefgroep te spreken. Meestal ervaar ik hier veel stress door waardoor het kan gebeuren dat ik verlegen word en mijn activiteit niet goed verloopt. Door zelf een activiteit te begeleiden werk ik ook aan mijn leerdoel.

Bijlage 8: Verslag van activiteit

Ik maak voor mezelf een kort verslag van hoe ik mijn eerste activiteit heb ervaren, zodat ik deze gevoelens en emoties kan vergelijken bij de volgende activiteit. Zo kan ik voor mezelf een evolutie zien waarin het beter gaat.

Ik was voor mezelf goed voorbereid de dag dat ik mijn activiteit moest leiden. Ik had al het materiaal zelf meegebracht en had de andere collega’s ingelicht over mijn activiteit. Een uur voor de activiteit ging beginnen, kreeg ik veel stress. Dit merkte ik doordat mijn handen zweterig aanvoelde en doordat mijn gezicht rood was. Ik liep meer en sneller rond en antwoordde korter op de vragen van de cliënten.

Op de moment dat ik mijn activiteit moest uitleggen aan de gehele groep, was ik heel zenuwachtig. Ik voelde me zelf rood worden en ik had het heel warm. Ik versprak me regelmatig met bepaalde woorden. Aan deze handelingen merkte ik dat ik zenuwachtig was.

Wanneer de activiteit bezig was, had ik een meer ontspannen gevoel. De cliënten snapte de activiteit en waren enthousiast tijdens de activiteit. Ze wouden allemaal meer sleutelhangers maken en ze vonden het fijn dat ze zelf mochten kiezen wat ze wouden tekenen. Dit heb ik gemerkt doordat ze dit tegen me zeiden en aan het lachen waren tijdens de activiteit.

Ik leid uit deze activiteit af dat ik nog heel gespannen was voor het voorbrengen van de activiteit. Ook al was ik goed voorbereid, toch had ik nog een stress gevoel. Door hulp te zoeken van buitenaf heb ik de stap gezet om te werken aan mijn problematische stressgevoel.

3. Algemeen besluit

Het resultaat

Wat heel normaal is tijdens het lopen van een stage, is dat je werkpunten hebt en dat je hieraan moet werken. Door je werkpunten kun je enkel nog maar meer groeien als opvoeder. Tijdens mijn tussentijdse evaluatie heb ik samen met mijn mentor besproken wat mijn werkpunten waren en waar ik aan moet werken tegen de eindevaluatie.

Over het algemeen waren mijn mentor en ik het meteen eens over de zaken waar ik nog aan moest werken en waar ik al goed aan bezig was. Bij de tussentijdse evaluatie moest ik in het begin het woord nemen door zelf te zeggen wat ik kwaliteiten van mezelf vond en welke zaken ik werkpunten vond en waar ik nog aan moest werken. Ik vond dit een goede manier, zodat ik me zelf bewust word van mijn werkpunten en mijn kwaliteiten.

Wanneer ik kijk naar de basiscompetenties, dan scoor ik bij allemaal redelijk hoog. Dit wil dus zeggen dat ik hier goed aan gewerkt heb en dat ik op de goede weg zit. Enkel de basiscompetenties van stressbestendigheid en creativiteit en humor, zijn lager gescoord. Hier kan ik uit afleiden dat ik hier in de toekomst nog aan moet werken. De stressbestendigheid heeft bij mij vooral te maken met de opdrachten die horen bij de stageperiode en alles samen te combineren. Wat de creativiteit en humor betreft, moet ik hier nog werken aan werken. Ik maak zeker gebruik van humor tijdens de werking en maak geregeld een grapje, maar dit kan altijd meer. Op de chiro ben ik een hele zotte en dit mag ik zeker ook toepassen op stage. Met humor kan je namelijk veel bereiken.

Ik ben tijdens mijn stageperiode bewust bezig geweest met het werken aan mijn leerdoelen en het wegwerken van mijn werkpunten. Dit vind ik voor mezelf belangrijk zodat ik zie dat ik aan het groeien ben. Tijdens de tussentijdse evaluatie kwam als werkpunt naar voor dat ik meer informatie mondeling moest toelichten. Hier ben ik bewust mee bezig geweest en heb hier zeker op gelet. Wanneer iemand van een andere dienst iets kwam vragen, zeggen of afgeven heb ik dit telkens overgebracht naar de vaste begeleiders. Ook wanneer ik me vragen stelde omtrent de cliënten, heb ik dit in vraag gesteld naar de vaste begeleiders toe of heb ik de informatie mondelng doorgegeven. Dit werkpunt kan nog steeds verder uitgebreid worden maar ik heb al een stap voorwaarts gezet in het wegwerken van het leerdoel. Het werkpunt dat nog naar voor is gekomen, houdt vragen stellen omtrent mijn eigen handelen in. Ik stel veel vragen omtrent de werking van de voorziening, maar minder vragen over mijn eigen handelen. Ik vind het een moeilijke opgave om mijn eigen handelen te bevragen. Ik heb liever dat de begeleiders zelf zeggen wanneer ik iets goed doe of waar ik mijn handelen moet aanpassen. Doordat dit een werkpunt is, heb ik zeker opgelet na mijn tussentijdse evaluatie. Ik heb geregeld gevraagd of ik het goed doe of ik het beter op een andere manier moet doen. Ook wanneer ik alleen bij een cliënt was en ik moest de cliënt verzorgen, in bad steken, op het toilet zetten, … heb ik gevraagd of alles goed was en of ik iets anders moest doen. Nu dat ik er meer op let geeft het voor mezelf meer zekerheid dat ik op de goede weg zit. Het geeft bevestiging van je werk, wat een aangenaam gevoel is. In de toekomt ga ik hier nog harder aan werken.

Het proces van je stage

Om te beginnen ben ik heel tevreden over hoe de stageperiode is verlopen. Het contact met mijn mentor was heel aangenaam en vlot. Ik voelde me heel goed bij de werking die werd toegepast, wat heel leuk was.

Na mijn tussentijdse evaluatie met mijn mentor heb ik voor mezelf een lijstje gemaakt van de werkpunten die naar voren waren gekomen. Dit heb ik gedaan zodat voor mezelf goed duidelijk was waar ik aan moest gaan werken en waar ik nog harder op moest gaan letten. Bij elk werkpunt heb ik geschreven welke verdere stappen ik ga ondernemen, om ook deze werkpunten weg te werken. Bv: Ik heb meer activiteiten zelf georganiseerd door aan mijn creativiteit te werken. Ik heb bewust meer vragen over mijn eigen handelen gesteld, zodat ik me hier zelf bewuster over werd.

In het begin van mijn stageperiode heb ik bewust enkele leerdoelen opgesteld waar ik aan wou werken. Ik heb deze leerdoelen samen met mijn mentor besproken. Doordat ik van haar de toestemming had gekregen dat de doelen behaald konden worden, had ik veel enthousiasme om eraan te werken.

Ik heb aan het begin van mijn stageperiode alle leerdoelen genoteerd en erachter geschreven hoe ik aan elk leerdoel zou gaan werken. Dit heb ik ook telkens laten zien aan mijn mentor zodat ze hier ook vanop de hoogte was. Ik heb dus bewust stappen gezet en handelingen uitgevoerd om mijn doelen te bereiken.

Wanneer ik het heb over de zaken die moeilijker verliepen, dan heb ik het over de vrije tijd. Hier bedoel ik mee dat ik het niet gewoon was dat de cliënten zoveel vrije tijd hadden en dat er soms momenten waren dat ik niks had te doen. Wanneer ik dit vergelijk met mijn vorige stageplaats waar ik geen minuut stil zat, merk ik duidelijk een verschil. Hier heb ik dus uit geleerd dat elke voorziening en elke werking anders is. Ik vind het heel interessant en leerrijk dat we veel mogen proberen zodat we al veel kennis kunnen opbouwen die we later zelf kunnen toepassen.

Wat ik als aangenaam heb ervaren is de verzorging van de cliënten. Ik vond het heel fijn om te doen, al kwamen er soms minder propere zaken bij kijken. Wanneer ik iemand in bad moest steken, had je even een moment met zijn twee waarin je gezellig kon babbelen en grapjes kon maken. Ik vond dit hele leuke momenten die ik zeker als aangenaam heb ervaren. Op deze momenten kan je ook een band opbouwen met de cliënten, want het is de bedoeling dat de cliënten jou als begeleider vertrouwen. Ze laten je binnen in hun privacy dus het is belangrijk dat je hier respectvol mee omgaat.

De toekomst

Als ik naar de toekomst kijk, zou ik bepaalde dingen wel anders aanpakken. Om te beginnen zou ik vanuit mijn eigen meer initiatief nemen wat activiteiten betreft. Hierdoor kan ik zelf ook mee inspraak hebben in de werking. Doordat ik bepaalde momenten heb dat ik niks te doen had, kon ik zelf meer initiatief nemen om activiteiten te organiseren. Zo kon ik de tijd invullen en kan ik de cliënten bepaalde vaardigheden aanleren.

Een werkpunt dat ik in de toekomt op een andere manier moet aanpakken is dat ik meer vragen stel over mijn eigen handelen. Ik kan hier een bepaalde techniek voor verzinnen waardoor dit vlotter gaat en hier minder moeite bij ondervind. Ik vind het zelf belangrijk dat ik dit goed kan, omdat dit belangrijk is voor je eigen handelen. Misschien naarmate dat ik ouder word, dat ik hier minder moeilijkheden bij ondervind.

Het volgende semester zal mijn stage op de zelfde stageplaats verlopen. Ik kies ervoor om een lange tijd op dezelfde stageplaats te staan zodat je echt kennis kan opbouwen van de werking en de cliënten en een band kan opbouwen. In het middelbaar moesten we altijd 2 maanden stage doen en dat vond ik te kort. De moment waarop ik een band begon op te bouwen, moest ik weer vertrekken. Hierdoor vind ik een lange stageperiode interessanter en aangenamer. Ik merk ook wanneer je een langere periode ergens stage loopt dat je meer kansen en mogelijkheden krijgt. Bv: ik mag zelfstandig iemand in bad steken en hier vertrouwen ze me in. Ik mag mee deelnemen aan teambesprekingen en hier inspraak bij geven. Op andere stageplaatsen mocht ik aan bepaalde zaken niet deelnemen omdat het over vertrouwelijke informatie ging en ze de periode niet lang genoeg vonden.



Ik ben blij met de stageplaats waar ik nu sta. Ik heb op korte tijd al veel geleerd en ik kijk er naar uit om aan het volgende semester te beginnen.









Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina