2. De ‘basis’ van huidmiddelen



Dovnload 100.43 Kb.
Datum13.12.2017
Grootte100.43 Kb.

Inleiding

Er zijn vele honderden verschillende huidaandoeningen en meer dan een miljoen Nederlanders lijden aan een chronische huidaandoening. In dit hoofdstuk worden alleen die huidaandoeningen behandeld waarmee de assistent in de (huisarts)praktijk het meest in aanraking komt.

Voor het gros van de huidmiddelen geldt dat ze in verschillende bases kunnen worden gebruikt. Dit hoofdstuk begint dan ook met een algemene inleiding over de basis van huidmiddelen.

Huidaandoeningen hebben overigens niet alleen lichamelijke klachten tot gevolg. Vrijwel altijd hebben ziekten van de huid ook sociale, psychische en relationele gevolgen.

12.1 De ‘basis’ van huidmiddelen

De basis waarin een huidmiddel wordt verwerkt (bijv. vloeistof, crème of zalf), is belangrijk voor de werking van het middel. Voor een droge huid wordt een andere basis gebruikt dan voor een nattende huidaandoening. Sommige huidaandoeningen kunnen zelfs met een basiscrème of -zalf behandeld worden, zonder dat daarin geneesmiddelen zijn verwerkt. De huid moet bijvoorbeeld worden afgedekt, of het is nodig dat er juist vocht aan de huid wordt onttrokken, bijvoorbeeld bij een nattende huidaandoening. In die situaties wordt bewust gekozen voor een bepaalde basis.

Het is ook de basis die bepaalt of het geneesmiddel wel of niet in de huid wordt opgenomen. Geneesmiddelen dringen bijvoorbeeld beter in de huid door vanuit een crème dan vanuit een strooipoeder.

indifferent huidmiddel

Hoe dik het huidmiddel moet worden aangebracht, hangt af van de verlangde werking. De algemene regel is dat een huidmiddel dun moet worden aangebracht als er een geneesmiddel aan is toegevoegd. Een indifferent huidmiddel (zonder werkzame stof) moet dik worden aangebracht. Deze laatste middelen mogen onbeperkt worden gebruikt.

Crèmes, gels, smeersels en schudsels worden meestal zonder verband gebruikt; zalven en pasta’s vaak met verband. Ze worden dan op een hydrofiel gaas of katoenen lap gesmeerd (bijv. op de ruwe kant van het Engels pluksel), waarna dat op de aangedane plek wordt gelegd. Het gaasje of lapje wordt dan met een hydrofiel (elastisch) windsel op de plaats gehouden.

Vloeistoffen

Vloeistoffen, zoals water, kunnen gebruikt worden in koude natte kompressen. Deze kompressen mogen niet afgedekt worden, omdat de verkoelende werking totstandkomt doordat bij verdamping warmte aan de huid onttrokken wordt. De vloeistof moet regelmatig worden ververst.

Lotions of schudsels

Een lotion of schudsel is een vloeistof waarin een niet-oplosbare stof in uiterst fijne druppeltjes verdeeld blijft zweven (bijv. melk, dat een waterige oplossing is met allemaal kleine vetbolletjes). Lotions werken verkoelend en jeukstillend door verdamping van het water en de alcohol. Ze werken bovendien indrogend bij nattende huidaandoeningen. De meest gebruikte schudsels zijn het zinkoxideschudsel FNA en het spiritueus schudsel .

Hydrogels of gels

Gels zijn vloeistoffen die verdikt zijn tot een halfvaste massa (bijv. carbomeer). De massa is meestal dik genoeg om in een tube af te leveren. Een gel werkt verkoelend en is cosmetisch erg aantrekkelijk omdat het geen zichtbare laag op de huid achterlaat en gemakkelijk afwasbaar is. Omdat het ook een indrogend effect heeft, kan een gel beter niet op een droge huid gebruikt worden.

Crèmes

Crèmes bestaan uit een mengsel van water en vet. Crèmes kunnen gemakkelijk worden ingewreven in de huid, waardoor er geen verband nodig is om de kleding te beschermen. Ze kunnen redelijk goed toegepast worden op behaarde huidgedeelten en ze zijn gemakkelijk afwasbaar. Crèmes werken verzachtend en beschermend op de aangedane huid.



Er zijn twee soorten crèmes: o/w-crèmes en w/o-crèmes. In de o/w-crème is het vet opgelost in het water. Dit geeft een cosmetisch goede crème , omdat er een nauwelijks zichtbare laag op de huid achterblijft die ook nog eens gemakkelijk afwasbaar is. Voorbeelden van o/w-crèmes zijn lanettecrème , cetomacrogolcrème en vaseline-cetomacrogolcrème . Bij een w/o-crème is het water opgelost in het vet. Daardoor voelt de huid na aanbrengen wat vettig aan. Het voordeel van een w/o-crème is dat er geen conserveermiddel aan toegevoegd hoeft te worden, zodat deze crème ook geschikt is voor patiënten die overgevoelig zijn voor conserveermiddelen. Voorbeelden van w/o-crèmes zijn waterhoudende zalf en koelzalf .

Smeersels

Een smeersel is eigenlijk een soort o/w-crème met een heel hoog watergehalte. Smeersels zijn gemakkelijker te gebruiken op de behaarde hoofdhuid dan bijvoorbeeld crèmes. Omdat ze ook sneller insmeren dan een crème kunnen ze ook handig zijn wanneer grote huidgedeelten ingesmeerd moeten worden. Doordat smeersels een sterk indrogend effect hebben, kunnen ze beter niet op een droge huid gebruikt worden. Voorbeelden van smeersels zijn lanettesmeersel of cetomacrogolsmeersel .

Zalven


Vette zalven zonder toevoeging van water zijn geschikt voor een droge, schilferende huid. De verdamping van water door de huid wordt door de zalf tegengegaan, waardoor de huid soepel en vettig blijft. Door het afsluitende karakter van zalf zal ook de effectiviteit van aan zalf toegevoegde geneesmiddelen groter zijn dan wanneer ditzelfde geneesmiddel met bijvoorbeeld een crème wordt aangebracht. Een voorbeeld van een vette zalf is zinkoxidezalf . Bij een extreem droge huid kan ureum aan de zalf worden toegevoegd. Ureum trekt vocht aan en bevorderd de doorlaatbaarheid van de hoornlaag. De bovenlaag van de huid neemt daarmee vocht op, waardoor die minder droog aanvoelt.

Er zijn ook zalven die in staat zijn om water op te nemen, bijvoorbeeld cetomacrogolzalf en lanettezalf . Deze zalven, soms wel vetcrèmes genoemd, zullen ook op een vochtige huid goed hechten en zijn gemakkelijk afwasbaar.

Een zalf die in de mondholte te gebruiken is, is hypromellosezalf 20%.

Pasta’s


Pasta’s zijn onder te verdelen in stijve pasta’s, die erg stevig en vast zijn en die minimaal vijftig procent vaste stof bevatten (bijv. zinkoxidepasta ) en weke pasta’s, waarin naast de vaste stof vaak een vloeistof zit. Een voorbeeld van een weke pasta is zinkoxide-kalkwaterzalf (ZOK-zalf ). Pasta’s zijn door de grote hoeveelheid poeder erg geschikt voor gebruik op nattende huidaandoeningen. Nadeel van pasta’s is dat ze zich soms lastig laten aanbrengen.

Strooipoeders

Strooipoeders bestaan voor het grootste gedeelte uit talk en worden op de intacte huid gebruikt. Een voorbeeld is samengesteld Resorbeerbaar Strooipoeder dat ook op wonden mag worden gebruikt. Door de grote hoeveelheid droog poeder is een strooisel in staat erg veel vocht op te nemen.

12.2 Eczeem

Eczeem is de meest voorkomende chronische huidaandoening. Het is een huidontsteking met klachten van roodheid en jeuk. De klachten kunnen van tijd tot tijd sterk wisselen. Als de ontsteking acuut is, wordt de huid vuurrood.

constitutioneel eczeem



Er zijn verschillende oorzaken voor eczeem . Een van de meest voorkomende vormen van eczeem is atopisch of constitutioneel eczeem. Kinderen die aanleg hebben voor allergie, hebben als baby al last van een ‘natte’ vorm van eczeem in het gezicht en op de romp. Deze aandoening noemt men dauwworm . Bij het ouder worden verplaatst het eczeem zich naar andere plaatsen, zoals de knie- en elleboogholte (zie figuur 12.1).

Figuur 12.1

Atopisch of constitutioneel eczeem heeft een voorkeur voor de elleboog- en knieholten. Dat het flink jeukt, is te zien aan de langwerpige wondjes veroorzaakt door krabben. Bron: E.E. Fokke (1993). De huid, huidziekten en huidcorrecties (2de dr.) Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Deze vorm van eczeem jeukt heel erg. Het eczeem kan verergeren door stress, voedselallergie, inhalatie van gras- of boompollen of weersomstandigheden.

contactallergie

Een andere vorm van eczeem wordt veroorzaakt door contactallergie . Dit is een overgevoeligheidsreactie op stoffen waarmee de huid in aanraking is geweest. Voorbeelden van stoffen die contactallergie kunnen geven, zijn nikkel, chroom, conserveermiddelen en parfums.

12.2.1 Middelen bij eczeem

Als het eczeem rustig is, is het belangrijk de huid goed in te vetten. Een te droge huid moet voorkomen worden. Vette zalven of crèmes zonder werkzame stof zijn daarvoor geschikt.

corticosteroïden

Als het eczeem ‘actief’ is, moet het lokaal behandeld worden met corticosteroïden. Deze stoffen werken vooral ontstekingsremmend en jeukstillend. De corticosteroïden zijn onder te verdelen in zwak, matig-sterk, sterk en zeer sterk werkzame middelen, ook wel klasse I tot en met IV genoemd.

Middel van eerste keuze is triamcinolonacetonide (klasse II), een matig-sterk werkend middel, maar veelal voldoende effectief. Een ander veel gebruikt klasse-II-geneesmiddel is hydrocortisonbutyraat (Locoid ).

Voor kinderen is hydrocortisonacetaat (klasse I) een middel van eerste keuze.

Sterk werkzame en zeer sterk werkzame corticosteroïden komen pas in aanmerking bij zeer ernstige of hardnekkige vormen van eczeem en dienen voorgeschreven te worden door de dermatoloog. Dit zijn uit klasse III betamethason (Diprosone en Betnelan ) en desoximetason (Topicorte ) en uit klasse IV clobetasol (Dermovate ).

kortdurend

Corticosteroïden (vooral de sterk werkzame) dienen kortdurend maar wel consequent gebruikt te worden. Dat wil zeggen: een aantal dagen achtereen, doorgaans twee keer per dag. Daarna worden een paar stopdagen ingelast, waarna de middelen opnieuw een aantal dagen achtereen worden gebruikt. Bij continu gebruik op de huid heeft het middel na verloop van tijd geen effect meer. Tussendoor worden zalven of crèmes gebruikt zonder werkzame stof.

Een belangrijke bijwerking van corticosteroïden is dat de huid dunner wordt. De huid wordt daardoor kwetsbaar voor verwondingen en infecties. Bij kinderen kunnen vooral de sterker werkende corticosteroïden door de huid heen in het bloed terechtkomen en bij langdurig gebruik algemene bijwerkingen geven, zoals groeiremming.

immunomodulator

Tacrolimus (Protopic ) en pimecrolimus (Elidel ) behoren tot een nieuwe geneesmiddelengroep van lokale immunomodulatoren . Deze middelen remmen de ontstekingsverschijnselen bij eczeem door een remmend effect op de lymfocyten. Doordat het middel de afweer remt, kunnen er iets sneller huidinfecties optreden. De werking is ongeveer te vergelijken met die van een klasse-II- of -III-corticosteroïd. De lokale immunomodulatoren hebben bij langdurig gebruik iets minder directe bijwerkingen dan de sterkere corticosteroïden. Omdat het middel pas kort beschikbaar is, is dat echter voor de lange termijn nog niet met zekerheid te zeggen.

12.3 Bacteriële huidinfecties

De huid vormt een goede barrière tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels en virussen in het lichaam. Bij een beschadigde huid is die barrièrefunctie bijna verdwenen. De huid is in die situaties zeer gevoelig voor infecties. Eczeemplekken kunnen daarom gemakkelijk geïnfecteerd raken. Datzelfde geldt voor beschadiging van de huid bij verwondingen, zoals schaafwonden.

steenpuist

Een bijzondere vorm van een huidinfectie door bacteriën is een ontstoken haarzakje, ook wel steenpuist of furunkel genoemd. Een steenpuist is heel pijnlijk en ook erg besmettelijk. Daarom is het belangrijk om handdoeken en washandjes apart te houden van overige huisgenoten. Als steenpuisten vaak voorkomen, kan dat wijzen op een onderliggende ziekte zoals diabetes.

12.3.1 Middelen bij bacteriële huidinfecties

Bij ernstige bacteriële infecties zal de arts kiezen voor een oraal antibioticum (zie paragraaf 13.​2).

Bij minder ernstige infecties kan een lokaal middel gebruikt worden, zoals fusidinezuur in een crème of zalf (Fucidin ) of mupirocine (Bactroban ).

Steenpuisten worden meestal niet behandeld met een geneesmiddel. Soms wordt zalf met povidon-jood (Betadine ) voorgeschreven om de omringende huid te beschermen.

12.4 Schimmelinfecties

zwemmerseczeem

Een huidinfectie door schimmels moet meestal door een arts worden gezien en behandeld. Voetschimmel of zwemmerseczeem komt echter zo wijdverbreid voor dat deze klacht met zelfzorgmiddelen kan worden behandeld. Bij steeds terugkerende infecties dienen ook de schoenen behandeld te worden met een strooipoeder waarin een middel is verwerkt tegen schimmels (antimycoticum). Bij ernstige of hardnekkige infecties en infecties van de nagels wordt soms gekozen voor een orale therapie.

12.4.1 Middelen bij schimmelinfecties

zelfzorg

Voor schimmelinfecties zijn verschillende antimycotica beschikbaar. Op de huid worden clotrimazol (Canesten ), terbinafine (Lamisil ), miconazol (Daktarin , Dermacure ), ketoconazol (Nizoral) of sulconazol (Myk lotion) het meest gebruikt. Clotrimazol, miconazol en sulconazol zijn ook voor zelfzorg beschikbaar. Bij schimmelinfecties dient niet alleen de aangedane huid behandeld te worden, maar ook de huid eromheen. De plek moet ruim ingesmeerd worden, waarbij met ‘ruim’ niet zozeer ‘dik’ insmeren wordt bedoeld, maar ruim om de plek insmeren. Nadat de huidinfectie over is, moet nog zeven tot veertien dagen worden doorgesmeerd om alle schimmelsporen te vernietigen, anders ontstaat snel een nieuwe infectie.

Bij ernstige of hardnekkige huidinfecties en infecties van de nagels kan de arts soms kiezen voor een orale therapie met itraconazol (Trisporal ), terbinafine (Lamisil ) of fluconazol (Diflucan ). Het kan meer dan een half jaar duren voordat de schimmelinfectie uit de nagels is verdwenen. De aangedane plekken moeten er namelijk uitgroeien en teennagels groeien heel langzaam. Nadeel van deze middelen is dat ze een klein risico geven op bijwerkingen die na stoppen met het middel soms niet meer overgaan. Een voorbeeld van zo’n bijwerking is smaakverlies. Bij oraal gebruik van terbinafine kan in zeldzame gevallen ook een agranulocytose (sterke afname van de witte bloedcellen) optreden. Aan patiënten die langer dan een maand terbinafine oraal gebruiken, moet daarom worden geadviseerd contact op te nemen met een arts in het geval van mogelijke infectiesymptomen, zoals koorts, keelpijn en zweren in de mond.

12.5 Psoriasis

niet-besmettelijk

Psoriasis is een chronische, niet-besmettelijke (!) huidaandoening waarbij de huid overmatig schilfert als gevolg van een te sterke celdeling. Op de huid zijn rode, schilferende plekken te zien, vooral aan de strekzijde van ellebogen en knieën, de behaarde hoofdhuid en de rug. De mate en ernst van de aandoening variëren per patiënt. Bij sommige patiënten zijn ook de nagels aangedaan en/of de gewrichten aangetast.

12.5.1 Middelen bij psoriasis

lichttherapie

Lichttherapie (de zogeheten PUVA-therapie ) neemt een belangrijke plaats in bij de behandeling van psoriasis. De patiënt krijgt een middel dat de huid gevoelig maakt voor licht, waarna hij wordt blootgesteld aan UV-A-licht. Door deze PUVA-therapie kan de huid zich herstellen.

Vrijwel altijd gaat deze behandeling ook gepaard met lokaal toegediende, sterk werkzame corticosteroïden (klasse III en IV), eventueel onder occlusie. Bij occlusie wordt de huid afgesloten met plastic. Naast de ontstekingsremmende werking, hebben de middelen in de klasse III en IV ook invloed op de celdeling in de hoornhuid.

Nieuwere huidmiddelen bij psoriasis zijn calcipotriol (Daivonex ) en calcitriol (Silkis ). Deze middelen behoren tot de keratolytica en gaan de schilfering van de huid tegen.

Regelmatig wordt ook gebruik gemaakt van de combinatie van corticosteroïden en keratolytica. In een vaste combinatie van betamethason en calcipotriol is dat in de handel als Dovobet.

Voor de behaarde hoofdhuid wordt een shampoo met koolteer en menthol (Denorex ) gebruikt.

zwangerschap

Voor ernstige vormen van psoriasis zijn orale middelen als acitretine (Neotigason ) beschikbaar. Het nadeel van dit middel is dat het tijdens de zwangerschap schadelijk is voor het ongeboren kind. Tot twee jaar na gebruik is dit middel nog in het lichaam aan te tonen. Vrouwen die dit middel gaan gebruiken, moeten heel goed ingelicht worden over deze bijwerking.

12.6 Acne (jeugdpuistjes)

Jeugdpuistjes of acne vulgaris komen vooral voor bij jongeren van 12 tot 25 jaar. De puistjes komen meestal voor in het gezicht en op de rug.

Jeugdpuistjes worden veroorzaakt door een verhoogde talgproductie in de talgklieren en verstopping van de talgklieren, wat leidt tot ontstekingen en bacteriële infecties. Puistjes, rode vlekken en mee-eters zijn het gevolg. Soms leiden de ontstekingen tot lelijke littekens.

12.6.1 Middelen bij acne (jeugdpuistjes)

Een gel met benzoylperoxide (Benzac ) in de sterkte van 5-10% is het meest gebruikte preparaat en als middel van eerste keuze ook zonder recept verkrijgbaar.

Een alternatief bij lichte vormen van jeugdpuistjes is adapaleen (Differin ) en tretinoine (Acid-A ) in een lotion of in een crème. Deze stof verweekt de hoornlaag van de huid en voorkomt zo dat de poriën verstopt raken.

Soms worden antibacteriële middelen lokaal toegepast. Lokale preparaten met antibacteriële middelen bevatten clindamycine (Dalacin ) of erytromycine (Eryacne , Inderm ), meestal in de vorm van een depvloeistof.

In ernstige gevallen wordt een oraal antibacterieel middel voorgeschreven, zoals tetracycline , doxycycline of minocycline .

Ook de anticonceptiepil kan bij meisjes en vrouwen de jeugdpuistjes doen verminderen.

Bij ernstige gevallen van acne worden capsules met isotretinoïne (Roaccutane ) gebruikt. Omdat dit middel tijdens de zwangerschap erg schadelijk voor het kind kan zijn, moet zwangerschap vóór gebruik worden uitgesloten en moet anticonceptie vanaf één maand vóór tot en met één maand na het gebruik gewaarborgd zijn.

Omdat veel zonder recept verkrijgbare middelen tegen jeugdpuistjes alcohol of andere irriterende stoffen bevatten, kunnen deze middelen op termijn de acne verergeren en zijn daarom zeker niet aan te bevelen.



12.7 Preparatenlijst

Middel

Stofnaam

Merknaam

bases van huidmiddelen

carbomeer

 

 

cetomacrogolcrème , -smeersel of –zalf

 

 

hypromellosezalf 20%

 

 

koelzalf

 

 

lanettecrème , -smeersel of –zalf

 

 

resorbeerbaar strooipoeder

 

 

spiritueus schudsel

 

 

vaseline-cetomacrogolcrème

 

 

waterhoudende zalf

 

 

zinkoxideschudsel , -zalf of -kalkwaterzalf (ZOK-zalf )

 

corticosteroïden

betamethason

Betnelan; Diprosone

 

clobetasol

Dermovate

 

hydrocortisonbutyraat

Locoid

 

desoximetason

Topicorte

 

hydrocortisonacetaat

 

 

triamcinolonacetonide

 

lokale immunomodulatoren

tacrolimus

Protopic

 

pimecrolimus

Elidel

lokale antibacteriële middelen

fusidinezuur

Fucidin

 

jood-povidonzalf

Betadine

 

mupirocine

Bactroban

 

povidon-jood

Betadine

antimycotica

clotrimazol

Canesten

 

itraconazol

Trisporal

 

ketoconazol

Nizoral

 

miconazol

Daktarin; Dermacure

 

sulconazol

Myk lotion

 

terbinafine

Lamisil

 

fluconazol

Diflucan

middelen bij psoriasis

acitretine

Neotigason

 

calcipotriol

Daivonex

 

calcitriol

Silkis

 

betamethason/calcipotriol

Dovobetb

 

koolteer/menthol

Denorex

middelen bij jeugdpuistjes

benzoylperoxide

Benzac

 

clindamycine

Dalacin

 

erytromycine

Eryacne; Inderm

 

isotretinoïne

Roaccutane

 

minocycline

 

 

adapaleen

Differin

 

tretinoine

Acid-A

 

tetracycline

 

 















Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina