11e Internationale Chemieolympiade, Leningrad 1979, Sovjet Unie



Dovnload 0.8 Mb.
Pagina6/6
Datum26.10.2018
Grootte0.8 Mb.
1   2   3   4   5   6

Opgave 4


Als de dichtheid van het mengsel van N2 en H2 bekend is, kan zijn samenstelling bepaald worden als 0,786  22,4  (n + 1) = 28 n + 2. Dus n = 1,5.

De massa van het mengsel is 0,786 g L1  1,4 L = 1,1 g. Het mengsel van gassen dat geabsorbeerd wordt door zwavelzuur (deze gassen kunnen NH3 en N2H4 zijn) heeft een gemiddelde molaire massa



De geabsorbeerde gasvormige producten vormen een mengsel van NH3 en N2H4. De samenstelling van de geabsorbeerde fractie is



= 18,67

n = 8  N2H4 + 8 NH3

De totale samenstelling van de componenten uit het mengsel is N2H4 + 8 NH3 + 3 N2 + 2 H2. Dit komt overeen met een samenstelling voor de beginstof van N : H = (2 + 8 + 6) : (4 + 24 + 4) = 1 : 2.

De beginstof is hydrazine N2H4.

Opgave 5


De verbinding met molecuulformule C9H12 kan zijn:

C6H5C3H7 I



II

C6H3(CH3)3 III

Broom reageert onder invloed van licht zonder katalysator met het alifatische deel, voornamelijk op het koolstofatoom dat gebonden is aan de benzeenkern.

Bij reactie in het donker in aanwezigheid van ijzer, wordt deze laatste omgezet in FeBr3 en katalyseert bromering in de ring..



Verbinding X kan niet I zijn (omdat er dan slechts één bromeringsproduct gevormd wordt in het licht); ook niet de isomeren IIIa en IIIb:


IIIa slechts één monobroomderivaat is mogelijk bij bromering van de CH3-groepen

IIIb drie verschillende monobroomderivaten zijn mogelijk onder dezelfde omstandigheden


Je moet dus kiezen uit de volgende vier structuren;



De voorwaarde dat er twee monobroomderivaten gevormd worden in het donker sluit structuren IIa en IIb uit; de voorwaarde dat er mogelijk vier dibroomderivaten zijn sluit structuur IIIc uit. De enig mogelijke structuur voor verbinding X is IIc.



Schema van de bromeringsreacties.


Opgave 6


Het gas dat vrijkwam bij de reactie met een alkalische oplossing was ammoniak. Een van de producten verkregen door oplossen van het metaal in zuur is ammoniumnitraat. De reactievergelijking heeft dus de vorm:

8 Me + 10 n HNO3  8 Me(NO3)n + n NH4NO3 + 3 n H2O

n NH4NO3 + n NaOH  n NH3 + n H2O + NaNO3

In schema;



X




1,12 L







waarin n de valentie is van het metaal (oxidatiegetal Men+) en Ar is de relatieve atoommassa van het metaal

8 Ar g  22,4  n L



13 g  1,12 L

Ar = = 32,5 n

Ar = 32,5 n 

n = 1, Ar = 32,5 - geen

n = 2, Ar = 65 - zink

n = 3, Ar = 97,5 - geen

n = 4, Ar = 130 - geen



antwoord: het metaal is zink

Practicum

Opgave 7


10 genummerde reageerbuizen van 20 mL elk bevatten 0,1 M oplossingen van de volgende stoffen; bariumchloride, natriumsulfaat, kaliumchloride, magnesiumnitraat, natriumfosfaat, bariumhydroxide, lood(II)nitraat, kaliumhydroxide, aluminiumsulfaat, natriumcarbonaat. Bepaal met alleen deze oplossingen als reagens in welke genummerde reageerbuis elke stof zit. Stel een werkplan op van de analyse en geef de reactievergelijkingen van de uitgevoerde reacties. Vergeet niet 2 mL van elke oplossing in de reageerbuis achter te laten ter controle. Als je tijdens de analyse een extra hoeveelheid oplossing nodig hebt, kun je je zaalassistent ernaar vragen, maar dat levert wel enkele strafpunten.

uitwerking


Door gebruik maken van de tabel kan de hele opgave niet ineens opgelost worden; alle neerslagen zijn wit en sommige stoffen vormen dezelfde aantallen neerslagen. Uit het aantal neerslagen kan alleen KCl (1), Mg(NO3)2 (4) en Pb(NO3)2 (8) onmiddellijk bepaald worden. Verder kan Na2SO4 en KOH (die elk 3 neerslagen geven) bepaald worden door de reactie met Mg(NO3)2 Mg(OH)2. Mg(OH)2 en Al2(SO4)3 (die elk 6 neerslagen geven) door de reactie met KOH  Al(OH)3; BaCl2, Na3PO4 en Na2CO3 (die elk 5 neerslagen geven): de reactie met Na2SO4 toont BaCl2 aan. De reactie BaCl2  Al2(SO4)3 toont AlCl3 aan (afgefiltreerd van het BaSO4-neerslag). Vorming CO2 en van Al(OH)3 in de reactie met AlCl3-oplossing toont Na2CO3 aan




BaCl2

Na2SO4

KCl

Mg(NO3)2

Na3PO4

Ba(OH)2

Pb(NO3)2

KOH

Al2(SO4)3

Na2CO3




BaCl2






















5

Na2SO4






















3

KCl























1

Mg(NO3)2






















4

Na3PO4






















5

Ba(OH)2






















6

Pb(NO3)2






















8

KOH






















3

Al2(SO4)3






















6

Na2CO3






















5

Opgave 8


Bepaal de massa kaliumpermanganaat in de verstrekte oplossing. Je krijgt een HCl-oplossing van een bepaalde concentratie, een KOH-oplossing van onbekende concentratie, een oxaalzuuroplossing van onbekende concentratie en een 1 M zwavelzuuroplossing.

uitwerking


Uitrusting en reagentia: een buret; indicatoren (methyloranje, lakmoes, fenolftaleïen …); pipetten van 10 (15 of 20) mL; 2 maatkolven van 250 mL; 100150 mL erlenmeyers.


IChO11SU1979NL


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina